|
Het Feminisme
Wie oude schilderijen
bekijkt begrijpt al snel dat vrouwen in het bestuur niet voorkwamen. Vrouwen
hadden dan ook niets te vertellen. Dat bleef zo, ook toen het kiesrecht voor
mannen werd ingesteld. Na afschaffing van de slavernij in de VS kregen alle
burgers stemrecht, maar onder het begrip "burgers" vielen alleen
mannen.
Aan het einde van
de 19e eeuw begonnen sommige vrouwen zich tegen deze situatie te
verzetten. Als oorzaken kunnen de industrialisatie en de verbeterde
communicatiemogelijkheden worden aangevoerd. Vooral jonge onafhankelijke vrouwen
begonnen zich af te vragen waarom ze niets te vertellen hadden. Het werd tijd
dat de vrouw haar eigen beslissingen ging nemen. De beweging maakte zich ook
sterk voor beter onderwijs voor meisjes en een betere wettelijke positie met
betrekking tot echtscheiding en bezittingen. Rond 1895 verscheen voor het eerst
de term "feministe" in de pers.
Feministische
golven
De geschiedenis van het (westers) feminisme wordt ingedeeld
in golven. Tijdens de eerste golf (eind 19 eeuw, begin 20ste eeuw) zetten de
vrouwen zich vooral in voor de rechten van de vrouw als politiek/publiek
individu. Zowel in Amerika als in Europa komen vrouwen op straat met de eis
voor stemrecht.
Ook de volgende thema’s worden op de voorgrond geschoven:
armoede, politieke opvoeding van vrouwen, gelijke rechten, antifascisme en
dergelijke. Geleidelijk aan ontstaan er tegenstellingen. Zo zetten sommige
vrouwenorganisaties zich in voor de afschaffing van protectionistische wetten,
terwijl anderen juist ijveren voor het invoeren van een huishoudloon. Sommige
feministen waren overtuigde pacifisten, terwijl anderen ook geweld durfden
inzetten, bijvoorbeeld in de strijd tegen het fascisme.
Tijdens de tweede golf (vanaf jaren ’60) wordt naast strikt
juridische en/of politieke rechten, ook veel aandacht besteed aan seksualiteit
en mentaliteitswijzigingen. Er ontstaan veel verschillende groepen en groepjes
met eigen accenten. De gemeenschappelijke noemer blijft steeds de strijd tegen
elke vorm van ongelijkheid. Kenmerkend voor vrouwenbewegingen is dat zij
solidair zijn met andere bewegingen: de strijd van etnische minderheden,
sociale bewegingen, vredesbeweging, milieubeweging en homobeweging.
Vanaf de jaren negentig van de twintigste eeuw kwamen er stromingen op die
zich benoemden tot derde feministische
golf. Onder deze en andere noemers presenteerden zich diverse nieuwe en
vernieuwende stromingen in het feminisme:
- De strijd voor gelijke
beloning voor gelijk werk.
- Powerfeminisme; verzet
zich tegen veronderstelde slachtofferhouding van feminisme. Hieronder valt
ook Girl
Power.
- Feministische bewegingen
onder migrantenvrouwen (Dolle Mina) die strijden tegen cultureel en/of
religieus gemotiveerde achterstelling van vrouwen afkomstig uit
bijvoorbeeld het Caribische gebied, Somalië, Turkije en Marokko. Omgekeerd
zijn er in het westen ook stilaan jonge allochtone vrouwen - vooral van
islamitische afkomst - die protesteren tegen het heersende idee dat zij
binnen de kring van gezin en familie stelselmatig worden tegengewerkt bij
het willen uitdrukken van hun eigen identiteit. Vooral over de hoofddoek
wordt gediscussieerd. Opmerkelijk is dat hoe heviger deze discussie wordt
gevoerd, hoe sterker deze jonge vrouwen zich manifesteren om duidelijk te
maken dat zij het zelf zijn die er voor kiezen binnen een bepaalde
(islamitische) traditie te blijven.
Mannen en feminisme
Het feminisme
heeft ook altijd mannelijke aanhangers gekend. Een belangrijk voorbeeld hiervan
is Friedrich Engels. Een deel van de feministische verworvenheid bestond eruit
bepaalde speciale voorzieningen voor vrouwen in te richten, waarbij mannen
werden uitgesloten. Zo kwamen er aparte vrouwenhuizen, vrouwenwelzijnswerk, en
vrouwenhulpverlening zoals de FIOM. Omstreden vrouwenvoorzieningen waren de Blijf
van mijn lijf-huizen, waar vrouwen onderdak kregen, eventueel met de
gezamenlijke kinderen, als ze bijvoorbeeld door mishandeling door hun
echtgenoot in de knel kwamen.
Nog steeds…
In de praktijk bestaan er echter nog steeds achterstanden
voor vrouwen, of beperken traditionele opvattingen over de rolverdeling tussen
mannen en vrouwen. Voorbeelden zijn:
- traditionele
keuze van studie of beroep; Meisjes worden geacht minder goed te zijn in
de exacte vakken. Vaak sturen de docenten op Middelbare scholen de keuze
voor een vakkenpakket van meisjes.
- traditionele
keuze bij de opvoeding van de kinderen; Vaak kiezen echtparen ervoor dat
de vrouw na de geboorte van kinderen parttime gaat werken. Soms met als
motief dat de vrouw het minste verdient. Hieruit blijkt ook dat bij
traditionele echtparen de vrouw minder verdient dan de man.
- traditionele
keuzes bij het huishouden; Dit uit zich bijvoorbeeld nog steeds in op
vrouwen gerichte reclame van schoonmaakmiddelen en schoonmaakapparatuur.
- eisen
die gesteld worden aan het uiterlijk; Van vrouwen wordt eerder verwacht
dat zij er perfect uitzien dan van mannen. Reclame voor cosmetica,
haarverf, etc. is dan anno 2009 vrijwel alleen gericht op vrouwen.
Feminisme in de islamitische wereld
Ook binnen de islamitische
wereld ontstonden in de loop van de twintigste eeuw feministische bewegingen,
veelal binnen het kader van de islam. Dit wordt wel het moslimfeminisme genoemd
(in tegenstelling tot seculier feminisme). Schrijfsters als de Marokkaanse Fatima Mernissi en de Egyptische arts Nawal el Saadawi verzetten zich in hun
werk tegen de onderdrukking en rechtsongelijkheid van de moslimvrouw. Zo is
bijvoorbeeld, het getuigenis van een moslimvrouw binnen de islamitische
wetgeving slechts de helft waard van die van een man en bij erfenissen heeft
zij slechts recht op de helft van waar een man recht op heeft. In sommige moslimlanden
worden daarom als concessie enkele oude shariawetten en tradities voorzichtig
losgelaten. In Marokko bijvoorbeeld werd eind 2003 een wet aangenomen die vrouwen
meer rechten geeft bij echtscheiding en erfeniskwesties.
Rosie the Riveter van J. Howard Miller, die
symbool stond voor de 6 miljoen werkende vrouwen in de VS tijdens de Tweede
Wereldoorlog, werd later het symbool van het Amerikaanse feminisme (mèt hoofddoek)
|